Een dagske te laat, maar soit
Mijn verpakking en ik, wij zijn al langer niet zo’n goede vrienden. En dat deert mij misschien hoe langer hoe minder, maar nog altijd meer dan ik zou willen. In het diepst van mijn gedachten zie ik er rank en elegant uit, maar als ik in de spiegel kijk denk ik enkel lomp. Te dikke kop,een scheve neus, te dikke billen, lelijke knieën, te grote voeten,…
Vandaar doen wij soms samen ons best om onze relatie wat te verbeteren. Ik koop mijn verpakking wat fijne nieuwe kleedsels waarvoor hij/zij in ruil soms eens constructief meewerkt aan de wwpogingen. Wanneer er zich niet teveel pashokfrustraties voordoen durf ik me in de winkelstraat al wel eens laten gaan.
Wat schmink betreft ben ik niet van het plamurende type. Ik zie op straat vaak vrouwen die zoveel ‘bruinsel’ op hun aangezicht hebben gesmeerd dat het lijkt alsof ze een masker op hebben. Op goede dagen durf ik mij al eens te wagen aan oogpotlood, mascara en wat blush. Op mindere dagen is mijn ochtendspits gevuld met het opjagen van mijn gebroed en rest er geen tijd om in de spiegel te kijken. Wel ga ik niet buiten zonder een vleugje Eau d’Issey.
Mijn haar was jarenlang afwisselend rood en blauwzwart. Nu is het alweer veel te lang doodsaai bruin. De snit vertrouw ik al tijden toe aan Jos. Tot nu toe de enige kapper die een beetje luistert naar wat ik hem opdraag.
Misschien is de tijd ondertussen wel rijp om mijn verpakking eens in de handen van een schoonheidsspecialiste te leggen. Maar het totaal gebrek aan ervaring met dergelijke toestanden houdt mij tegen. Uit angst dat ik ga buiten gaan met van die enge dunne geplukte wenkbrauwen en een toegeplamuurde kop. Nu met ‘tha wedding’ in het vooruitzicht moet ik mijn drempelvrees misschien toch eens overwinnen en iemand zoeken die mij met smaak wil schilderen op ‘de schoonste dag van mijn leven’. Iemand tips in het Gentse?!
