Vijf jaar wordt mijn oudste kleine ventje alweer. Echt jong, VIJF! Een dag waarop gefeest moet worden en we dat ook zeer uitbundig zullen doen. Straks wanneer de school uit is. En gans het verlengde weekend lang. Met kronen en slingers en taart en cadeautjes en knuffels en zoenen. Allemaal in overvloed. Want vijf dat word je maar één keer.
Maar toch is het ook een dag waarop verdriet en gemis weer snijdend aanwezig zijn. Waar ik me in het eerste jaar continu in een dikke waas van verdriet bevond die over alles heen leek te zijn gedrapeerd is dit nu minder. Maar nu lijkt het gemis op belangrijke dagen of momenten des te pijnlijker aanwezig. Ik mis hem zo. En soms haat ik de tijd die me steeds verder van hem wegvoert. Mijn fiere papa die als eerste aan mijn ziekenhuisbed stond om mijn eerstgeborene te bewonderen. De ‘bompa’ met een pamperfobie, maar die zijn kleinkindertjes toch zo graag zag. Ik zie hem nog juju paardje doen met Titus en monstertje spelen. Ik herinner me nog de laatste knuffel op onze oprit vooraleer hij in een ziek hoopje ellende veranderde. En vooral branden nog die laatste woorden “ik bel je morgen wel, onze telefoon is plat”. Wist ik veel…
Ik zou Titus zo graag vandaag van hem een “gelukkige verjaardag” gegund hebben.
En nu terug naar het cakejes bakken en straks mag de jarige naar een restaurant van eigen keuze: den Ikea!







